Ozymandias

1 “I met a traveller from an antique land,

2 Who said — “two vast and trunkless legs of stone

3 Stand in the desert … near them, on the sand,

4 Half sunk a shattered visage lies, whose frown,

5 And wrinkled lips, and sneer of cold command,

6 Tell that its sculptor well those passions read

7 Which yet survive, stamped on these lifeless things,

8 The hand that mocked them, and the heart that fed;

9 And on the pedestal these words appear:

10 My name is Ozymandias, King of Kings,

11 Look on my Works ye Mighty, and despair!

12 Nothing beside remains. Round the decay

13 Of that colossal Wreck, boundless and bare

14 The lone and level sands stretch far away.”1

Hierboven staan de laatste vijf regels van Percy Bysshe Shelleys ‘Ozymandias’. Deze sonnet heeft hij in 1818 geschreven in een weddenschap met Horace Smith. Zij zouden geïnspireerd kunnen zijn door een van de kolossen van Memnon, die rond die tijd naar het British Museum in Londen kwamen. Dit gedicht is een van de meesterwerken van Engelse poëzie.2 Het gedicht past ook in de opkomende interesse in Egypte van begin 19e eeuw.

Dit gedicht is een van mijn favoriete moderne gedichten. Toen ik vorig jaar besloten had dat natuurkunde onzin was en dat ik mijn leven aan iets anders moest verspillen, viel ik in een gat. Dit gedicht heeft mij gewezen op mijn al aanwezige interesse in de oudheid en haar mysteriën en heeft uiteindelijk bijgedragen aan mijn keuze voor deze studie.

Het thema dat centraal staat is de overmoed van heersers in hun pogingen tot grootheid. Het laat duidelijk zien hoe Ozymandias verloren is gegaan aan de woestijn, net zoals zijn andere werken. Uit de inscriptie op het voetstuk is duidelijk dat hij zelf dacht dat zijn rijk en nalatenschap nooit ten onder zou gaan.

Hierdoor vraag ik me ook af of onder andere Augustus ook zo gedacht zou hebben. Zou hij eraan gedacht hebben dat zijn marmeren stad ooit weer zou vervallen? Of was hij overtuigd van een urbs Aeterna?

Dit thema is voor mij ook enigszins troostvol. Het is een belofte, dat elk rijk ten onder zal gaan. Dit is in het verleden natuurlijk al vaker gebeurd en zal blijven gebeuren. Nu is dat relevant met de VS en haar imperialistische instelling en fascistische binnenlandse politiek.

Het beeld dat Shelley zo meesterlijk in het gedicht oproept, van een menselijk bouwwerk dat weer omringd wordt door de natuur, spreekt mij ook zeer aan. Het is een beeld dat vaker voorkomt in gedichten uit de Romantiek. Dit doet me denken aan onze toekomst: als we de klimaatverandering ook nog een beetje doorzetten, zullen onze ruïnes ook verdwijnen in woestijnen.

De vierde regel vind ik ook boeiend. Het gedicht gaat waarschijnlijk gaat over een Egyptisch standbeeld, het is immers vernoemd naar Ramses II, hoewel Shelley de Egyptische naam nog niet kende. Toch kan de omschrijving ook toegepast worden op andere portretten, zoals Augustus of Caracalla. Ook op moderne portretten is het toepasbaar, bijvoorbeeld een standbeeld van Lenin.

Er is nog meer te zeggen over dit gedicht van Percy Shelley, of over zijn andere gedichten, waarmee ik jullie niet zal kwellen.

-Paul van Rijn

1)https://web.archive.org/web/20061010122400/http://rpo.library.utoronto.ca/poem/1904.html(10-01-2020)

2) https://nl.wikipedia.org/wiki/Ozymandias (10-01-2020)

Afbeelding: Standbeeld van Lenin in Briceni, bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Lenin-briceni.JPG (10-01-2020)