Leren van Sophocles

We leven in bizarre tijden, die ik hoop dat jullie zelf en jullie vrienden en familie zo goed mogelijk doorkomen. Het is een schrale troost, maar één ding dat deze crisis mij geleerd heeft is een beter begrip voor de vele epidemieën die over de Grieken en Romeinen kwamen en die zij, soms tot in detail, in hun literatuur beschreven. En dan valt het coronavirus nog mee in vergelijking met een gemiddelde builenpest of tyfusuitbraak die de antieken trof!

De (vermoedelijk) alleroudste Griekse (en daarmee Europese) tekst, de Ilias van Homerus, begint al met een pestepidemie waarmee Apollo de Grieken treft omdat Agamemnon heeft geweigerd de dochter van een priester aan hem terug te geven. Het meest nog deed de huidige crisis mij echter denken aan de Oedipus Tyrannus van Sophocles, omdat we hierin een leider zien die, in tegenstelling tot Agamemnon, het beste voor heeft met zijn volk, maar uiteindelijk net zo schuldig blijkt aan het ontstaan van de pest in dat stuk.

Het wordt algemeen aangenomen dat Sophocles’ beschrijving van de pest in de Oedipus Tyrannus een reflectie is op de grote uitbraak van de pest of tyfus in Athene in 430 v. Chr. De tragedie dateert namelijk van kort na 430 en het verhaal van de pest komt niet voor in oudere varianten van het Oedipus verhaal. Het lijkt er daarom sterk op dat dit door Sophocles bewust is toegevoegd. De Atheense epidemie van 430 v. Chr. wordt in detail beschreven door Thucydides in zijn Peloponnesische Oorlog, Boek 2, par. 47-65, en zijn relaas is zeer de moeite waard om te lezen. Zo beschrijft Thucydides de verschillende reacties van het Atheense volk op de ziekte, waarin we zowel de opofferingsgezindheid van verplegers als de fuck-the-corona feestjes kunnen herkennen. Iedere crisis lijkt het beste of slechtste bij mensen naar boven te brengen.

Aan het begin van de Oedipus wordt Oedipus geconfronteerd met een priester en kinderen uit de stad die hem smeken om hen te helpen. De stad is namelijk getroffen door de pest, zo vertelt de priester ons.

De stad maakt slagzij, zoals u zelf ziet,

en kan het hoofd niet uit de diepten van

de dodelijke deining oprichten

…De bliksem van de koorts

is ingeslagen, de gehate pest,

die Thebe leeg maakt en de zwarte Dood

met jammerklachten en gehuil verrijkt.

Oedipus weet hiervan en is al in actie gekomen. Hij heeft zijn zwager Kreon naar het orakel van Apollo in Delphi gestuurd om te vragen wat de oorzaak kan zijn van deze pest. Een epidemie werd in de oudheid vaak gezien als een straf van de goden: een straf voor iets dat de gemeenschap fout had gedaan, een verstoring van de pax deorum: het contract van de gemeenschap met de goden. Een orakel kon in zo’n geval uitkomst bieden door de oorzaak van de woede van de goden aan te wijzen.

Voor ons is het gebruik van orakels natuurlijk iets heel vreemds en wij kunnen nauwelijks begrijpen dat de Grieken en Romeinen, die in andere opzichten zo rationeel konden zijn, hieraan geloof hechtten. Er waren zeker ook Grieken die sceptisch tegenover orakels stonden, zoals Thucydides, die in zijn beschrijving van de pestepidemie van 430 v. Chr. de orakels die de Atheners aanhaalden om de uitbraak van de ziekte te verklaren, belachelijk maakt.

De Engelse godsdiensthistoricus Robert Parker heeft het antieke gebruik van orakels vergeleken met de manier waarop onze politici de ramingen van het Centraal Planbureau gebruiken. Dat zijn vaak ook voorspellingen die op drijfzand zijn gebaseerd. (Van de voorspellingen die het Centraal Plan Bureau afgelopen najaar bijvoorbeeld heeft gemaakt over de groei van de Nederlandse economie in 2020 zal bitter weinig terecht komen.) Toch accepteren de meeste politici deze cijfers, maar lezen zij er vervolgens in wat zij willen zien: het kabinet zal wijzen op de groei van de economie, maar de oppositie op de ongelijke verdeling van de welvaart. Met de prognoses van het RIVM over de ontwikkeling van de corona epidemie in Nederland gaat het al niet veel anders. Iedereen weet, het RIVM voorop, dat deze cijfers slechts schattingen zijn, die iedere week moeten worden bijgesteld, maar toch gaan politici ervan uit. Daarbij zal de regering de cijfers zo uitleggen dat zij haar beleid bevestigen, terwijl de oppositie dezelfde cijfers gebruikt om op de gebreken in de aanpak van de regering te wijzen. Toch helpen deze cijfers bij het debat, omdat zij een “common ground” geven: een serie feiten waarvan voor- en tegenstanders van het beleid bereid zijn uit te gaan, of de cijfers nou kloppen of niet. Bij orakels is dat eigenlijk niet anders. Zij vormen een focus waar omheen men kan discussiëren wat men moet doen en degene die zijn beleid het beste in overeenstemming kan brengen met de tekst van het orakel wint.

Oedipus gebruikt al zijn intellectuele vermogens om er achter te komen wie de moordenaar is van de oude koning, zoals het orakel dat Kreon terugbracht uit Delphi hem gebood. Daarbij gaat hij echter voorbij aan een ander gebod dat met gouden letters op de tempel van Apollo in Delphi stond geschreven: Γνῶθι σεαυτόν (“Ken jezelf”)! Oedipus is slim, maar hij weet niet wie hij zelf is. Hij weet niet dat hij de zoon is van de oude koning en getrouwd met zijn eigen moeder en dat hij zelf de oorzaak is van de pest die hij tracht te bestrijden. Daarmee is Oedipus het symbool van de mens die denkt alles te weten en alles te kunnen doorgronden, maar uiteindelijk in het duister tast. Vooral grote crises maken dit duidelijk en misschien was dit wel een les die Sophocles trok uit de Atheense pestepidemie van 430 v. Chr. Het doet me denken aan Mark Rutte die zei dat hij met 50% van de kennis 100% van de beslissingen moest nemen. Zo’n eerlijkheid hoor je niet vaak van politici, maar meestal nemen wij mensen beslissingen op basis van maar een beperkt inzicht. Alleen de goden zijn alwetend, zou Sophocles zeggen.

Ik wil jullie echter niet met deze wat sombere boodschap achterlaten, maar in plaats daarvan mijn stukje beëindigen met een citaat uit een andere tragedie van Sophocles. Velen van jullie hebben, wellicht met grote inspanning, deze regels uit het eerste stasimon van de Antigone vertaald, maar misschien niet stil gestaan bij de relevantie van de laatste twee regels van deze strofe voor onze situatie vandaag de dag:

De mens heeft de taal en het snelle denken

en het temperament voor staatsvorming

geleerd; ook om te vluchten voor het bijten van de vorst,

als het moeilijk slapen is onder de blote hemel,

alsmede voor de lelijke striemen van de regen.

Hij vindt voor alles een uitweg; zonder uitweg

gaat hij niets tegemoet wat de toekomst betreft.

Alleen uit de dood zal hij zich geen ontsnapping verwerven,

maar uit ziekten waartegen geen middel opgewassen leek

heeft hij een vluchtweg gevonden.

Als de Grieken hierop durfden te vertrouwen, moeten wij het toch ook kunnen!